15.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 306/5


VERORDENING (EG) Nr. 1129/2008 VAN DE COMMISSIE

van 14 november 2008

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde soorten voor- en naspandraad en voor- en naspanstrengen van niet-gelegeerd staal (PSC-draad en -strengen) van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 7,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Opening van het onderzoek

(1)

Op 3 januari 2008 heeft Eurostress Information Service („ESIS”) („de klager”) namens producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk meer dan 57 %, van de totale communautaire productie van bepaalde PSC-draad en -strengen overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening bij de Commissie een klacht ingediend betreffende de invoer van bepaalde soorten voor- en naspandraad en voor- en naspanstrengen van niet-gelegeerd staal („PSC-draad en –strengen”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China („China”).

(2)

Het bij de klacht gevoegde voorlopige bewijsmateriaal inzake dumping en daardoor veroorzaakte aanmerkelijke schade werd voldoende geacht om tot inleiding van een procedure over te gaan.

(3)

Op 16 februari 2008 werd een procedure ingeleid met de publicatie van een bericht van inleiding in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2) (het „bericht van inleiding”).

2.   Bij de procedure betrokken partijen

(4)

De Commissie heeft de haar bekende betrokken producenten/exporteurs in China, importeurs, handelaren, gebruikers en verenigingen, de autoriteiten van China, de klager en andere haar bekende betrokken communautaire producenten officieel van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. Belanghebbenden kregen de gelegenheid om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

(5)

Om de producenten/exporteurs in staat te stellen desgewenst om een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) of een individuele behandeling (IB) te verzoeken, heeft de Commissie de haar bekende betrokken producenten/exporteurs en de autoriteiten van China de desbetreffende formulieren toegezonden. Acht producenten/exporteurs en groepen van verbonden ondernemingen vroegen overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening om een BMO of, indien uit het onderzoek zou blijken dat zij niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen, om een IB.

(6)

Gezien het kennelijk grote aantal producenten/exporteurs in China en importeurs en producenten in de Gemeenschap heeft de Commissie in het bericht van inleiding aangegeven dat voor de vaststelling van dumping en schade overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening gebruik kan worden gemaakt van steekproefmethoden.

(7)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was — en, zo ja, deze ook samen te stellen — werd aan alle producenten/exporteurs in China en alle importeurs in de Gemeenschap en communautaire producenten gevraagd zich bij de Commissie kenbaar te maken en haar, zoals vermeld in het bericht van inleiding, basisinformatie te verstrekken over hun activiteiten in verband met het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak (1 januari 2007 tot en met 31 december 2007).

(8)

Gezien het beperkte aantal reacties bij de steekproefprocedure werd besloten dat steekproeven niet nodig waren voor Chinese producenten/exporteurs en voor importeurs in de Gemeenschap.

(9)

Met betrekking tot de communautaire producenten besloot de Commissie, gezien het aantal reacties bij de steekproefprocedure, om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening een steekproef samen te stellen. Deze steekproef van zeven ondernemingen, die in zeven lidstaten zijn gevestigd, werd gebaseerd op de grootste representatieve productie- en verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Gemeenschap die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht.

(10)

Er is een vragenlijst verzonden aan alle ondernemingen in China en alle gebruikers en importeurs in de Gemeenschap die bij de steekproefprocedure hadden gereageerd, alsmede aan de voor de steekproef geselecteerde producenten in de Gemeenschap en alle andere bekende betrokken partijen. Er zijn reacties ontvangen van zeven producenten/exporteurs en groepen van producenten/exporteurs in China, van alle geselecteerde producenten in de Gemeenschap, van vier importeurs en van zeven gebruikers. Geen andere belanghebbenden stuurden antwoorden op de vragenlijst in.

(11)

De Commissie heeft alle gegevens die nodig werden geacht voor de vaststelling van dumping, van de daaruit vloeiende schade en van het belang van de Gemeenschap ingewonnen en gecontroleerd. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd:

a)

communautaire producenten

Carrington Wire Limited (Carrington), Elland, Verenigd Koninkrijk

DWK Drahtwerk Köln GmbH (DWK), Keulen, Duitsland

Fapricela — Indústria de Trefilaria SA (Fapricela), Anca, Portugal

Italcables Spa (Italcables), Brescia, Italië

Nedri Spanstaal bv (Nedri), Venlo, Nederland

Tycsa — Trenzas y Cables de Acero PSC S.L. (Tycsa), Santander, Spanje

Voestalpine Austria Draht GmbH (Voestalpine), Brück, Oostenrijk

b)

producenten/exporteurs in China

Hubei Fuxing Science and Technology Co. Ltd, Hubei

Kiswire Qingdao Ltd, Qingdao

Liaoning Tongda Building Material Industry Co. Ltd, Liaoyang

Ossen MaanShan Steel Wire and Co. Ltd, Maanshan, en Ossen Jiujiang Steel Wire Cable Co. Ltd, Jiujiang

Silvery Dragon PC Steel Products Group Co. Ltd, Tianjin

Tianjin Shengte Prestressed Concretes Steel Strand Co. Ltd, Tianjin

Wuxi Jinyang Metal Products Co. Ltd, Jangyian

c)

importeurs in de Gemeenschap

Ibercordones Pretensados SL, Madrid, Spanje

Megasteel LLP (Megasteel), Malmesbury, Verenigd Koninkrijk

d)

gebruikers in de Gemeenschap

Tarmac Ltd (Tarmac), Wolverhampton, Verenigd Koninkrijk

Vanguard Hormigon (Vanguard), Madrid, Spanje.

(12)

Daar voor het vaststellen van de normale waarde voor Chinese ondernemingen die niet als marktgerichte onderneming konden worden beschouwd, gebruik moest worden gemaakt van de gegevens van een referentieland, in dit geval Turkije, vond een controlebezoek plaats bij onderstaande onderneming:

Producent in Turkije

Çelik Halat ve Tel. Sanayii A.Ș., Izmit, Turkije.

3.   Onderzoektijdvak

(13)

Het onderzoek naar de dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 („het onderzoektijdvak” of „OT”). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2004 tot het eind van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).

B.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

1.   Betrokken product

(14)

Bij het betrokken product gaat het om bepaalde soorten draad van niet-gelegeerd staal (niet bekleed, of verzinkt) en strengen van niet-gelegeerd staal (al dan niet bekleed), bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten koolstof, met een grootste afmeting der dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken product”), doorgaans aangegeven onder de GN-codes ex 7217 10 90, ex 7217 20 90, ex 7312 10 61, ex 7312 10 65 en ex 7312 10 69. De producten zijn in de handel bekend als voor- of naspandraad en voor- of naspanstrengen („PSC-draad en –strengen”).

(15)

De meest gangbare toepassingen van PSC-draad en -strengen zijn voor het wapenen van beton, hangconstructies en tuibruggen. Het product wordt gemaakt door draad van koolstofstaal te trekken.

(16)

De vereniging van staalkabelimporteurs van de Gemeenschap verzocht om beklede strengen, strengen van meer dan zeven draden en strengen met een diameter van minder dan 6,8 mm en meer dan 15,7 mm van de productomschrijving uit te sluiten, omdat de klager geen aanmerkelijke schade zou lijden door invoer van deze productsoorten die gezamenlijk slechts een marktaandeel van minder dan 3 % van de totale communautaire productie vertegenwoordigen. Dergelijke productsoorten kunnen echter niet enkel op grond van het feit dat zij een klein deel van de productie uitmaken, worden uitgesloten. Uit het onderzoek is gebleken dat deze en andere soorten van het betrokken product allemaal dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en in hoofdzaak voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Bovendien kan het aandeel in de productie van bovengenoemde productsoorten afhankelijk van de fabrikant aanmerkelijk groter zijn.

(17)

Daarom luidt de voorlopige conclusie dat alle soorten PSC-draad en -strengen zoals beschreven in het bericht van inleiding in het kader van dit onderzoek één product vormen.

2.   Soortgelijk product

(18)

Uit het onderzoek is gebleken dat de PSC-draad en -strengen die door de bedrijfstak van de Gemeenschap in de Gemeenschap worden geproduceerd en verkocht, de PSC-draad en -strengen die in Turkije, het referentieland, worden geproduceerd en daar op de binnenlandse markt worden verkocht en de PSC-draad en -strengen die in China worden geproduceerd en naar de Gemeenschap worden uitgevoerd, dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt.

(19)

Eén importeur in de Gemeenschap beweerde dat hij momenteel een innovatieve productsoort („Spiral Ribbed Wire” — spiraalvormige geribde draad) importeert die niet in de Gemeenschap wordt geproduceerd. Deze bewering is onderzocht en daarbij bleek het volgende:

de ingevoerde productsoort en de in de Gemeenschap geproduceerde PSC-draad en -strengen hebben dezelfde of vergelijkbare fysieke eigenschappen, zoals grootte, vorm, volume, gewicht en presentatie. De verschillen tussen de productsoorten tastten de basiskenmerken van het product niet aan, noch de perceptie van de gebruiker/consument dat dit één productcategorie is;

de ingevoerde productsoort en de in de Gemeenschap geproduceerde PSC-draad en -strengen werden via vergelijkbare of identieke verkoopkanalen verkocht. Prijsinformatie was gemakkelijk beschikbaar voor de kopers en de ingevoerde productsoort en het product van de communautaire producenten concurreerden vooral op prijs, en

de ingevoerde productsoort en de in de Gemeenschap geproduceerde PSC-draad en -strengen dienen beiden hetzelfde of een vergelijkbaar eindgebruik.

(20)

Daarom worden alle bovengenoemde PSC-draad en -strengen beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

C.   DUMPING

1.   Toepassing van artikel 18 van de basisverordening

(21)

Twee producenten/exporteurs bleken in hun verzoek om een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) en bij de controle ter plaatse onjuiste en misleidende inlichtingen te hebben verstrekt. Een andere producent/exporteur antwoordde niet op de antidumpingvragenlijst na het BMO-controlebezoek ter plaatse.

(22)

Alle drie ondernemingen werden ingelicht over de voorgenomen toepassing van artikel 18 van de basisverordening en in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

(23)

Twee van de ondernemingen, die onjuiste en misleidende inlichtingen hadden verstrekt, kwamen niet met doorslaggevende argumenten of met bewijzen die tot de conclusie leidden dat het besluit om dit artikel toe te passen, moest worden ingetrokken. De Commissie acht het daarom passend dat de BMO-verzoeken van deze ondernemingen worden afgewezen en dat de bevindingen op de beschikbare gegevens worden gebaseerd.

(24)

De derde onderneming reageerde niet op bovenstaande mededeling. Hieruit werd geconcludeerd dat deze onderneming niet langer wilde medewerken aan de procedure en daarom zullen de bevindingen op de beschikbare gegevens worden gebaseerd.

2.   Behandeling als marktgerichte onderneming (BMO)

(25)

Ingevolge artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening wordt bij antidumpingonderzoeken betreffende producten van oorsprong uit China de normale waarde voor producenten die aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening voldoen, vastgesteld overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van dat artikel.

(26)

Voor het gemak zijn deze criteria hieronder kort samengevat:

a)

besluiten van ondernemingen en de door hen gemaakte kosten zijn een reactie op marktsignalen, zonder staatsinmenging van betekenis; de kosten van de belangrijkste productiemiddelen weerspiegelen hoofdzakelijk de marktprijzen;

b)

ondernemingen beschikken over een duidelijke basisboekhouding die onder controle staat van een onafhankelijke instantie in overeenstemming met de internationale standaarden voor jaarrekeningen en die alle terreinen bestrijkt;

c)

er zijn geen verstoringen van betekenis die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie;

d)

de betrokken ondernemingen zijn onderworpen aan faillissements- en eigendomswetten die rechtszekerheid en stabiliteit verschaffen;

e)

omrekening van munteenheden geschiedt tegen de marktkoers.

(27)

Na de inleiding van de procedure hebben zeven Chinese producenten/exporteurs om een BMO overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening verzocht en binnen de vastgestelde termijn het desbetreffende aanvraagformulier ingevuld.

(28)

Voor drie Chinese producenten/exporteurs moest artikel 18 van de basisverordening worden toegepast (zie de overwegingen 23 tot en met 25) en werd hun verzoek om een BMO derhalve afgewezen.

(29)

Wat de overige vier ondernemingen of groepen van Chinese producenten/exporteurs betreft, werd vastgesteld dat zij geen van alle voldeden aan alle vijf BMO-criteria.

(30)

Uit het onderzoek kwam naar voren dat één Chinese producent/exporteur niet kon aantonen dat hij voldeed aan criterium 3, aangezien de prijs die de onderneming had betaald voor grondgebruiksrechten de marktprijzen niet bleek te weerspiegelen en derhalve duidde op een aanzienlijke verstoring die nog voortvloeit uit het vroegere systeem zonder markteconomie, waardoor de financiële situatie van de onderneming werd beïnvloed.

(31)

Na de mededeling van bovenstaande bevindingen voerde de onderneming aan dat de lage grondgebruiksprijs een relatief klein onderdeel van de productiekosten uitmaakte en dat derhalve werd voldaan aan criterium 3. De willekeurige waardebepaling van grondgebruiksrechten duidt echter op een aanzienlijke verstoring die nog voortvloeit uit het vroegere systeem zonder markteconomie. Aangezien er geen ander bewijs werd geleverd dat de grondgebruiksprijs representatief voor de markt was of dat deze op grond van bedrijfsoverwegingen was vastgesteld, werd het argument voorlopig verworpen.

(32)

Een tweede onderneming kon niet aantonen dat zij voldeed aan criterium 1 tot en met 3. In de eerste plaats werden de verkoopbeslissingen niet genomen als reactie op marktsignalen van vraag en aanbod, zonder staatsinmenging van betekenis. Er bleek met name dat de onderneming profiteerde van een verlaagd inkomstenbelastingtarief op voorwaarde dat ten minste 70 % van de productie werd uitgevoerd. Ten tweede bleek het boekhoudsysteem van de onderneming niet in overeenstemming met de internationale standaarden voor jaarrekeningen te zijn. Met name de afschrijving van vaste activa werd niet correct toegepast: de onderneming begon pas in 1997 met de afschrijving van activa, waaronder activa die in 1994 waren verworven. Tot slot kon de onderneming niet aantonen dat er geen sprake was van mogelijke verstoringen die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie. Met name kon de onderneming tijdens het controlebezoek geen bewijs leveren met betrekking tot de voorwaarden waaronder de activa waren verkregen, noch dat deze waren getaxeerd, waren overgedragen, (inclusief afschrijvingen) in de boekhouding waren opgenomen en aan de hand van hun marktwaarde waren afgeschreven. De gegevens die de onderneming na de mededeling aanleverde, bevatte geen nieuwe informatie en geen nieuw bewijs die reden waren om deze bevindingen aan te passen; deze zijn derhalve voorlopig bevestigd.

(33)

Een derde onderneming kon niet aantonen dat zij voldeed aan criterium 1 tot en met 3. Ten eerste bleek uit het onderzoek dat er sprake was van ernstige overcapaciteit, zowel wat arbeidskrachten als productie betreft, maar dat de onderneming desondanks bleef investeren in meer capaciteit. Ook bleek dat de relatief korte geldigheidsduur van de bedrijfsvergunning een obstakel kon zijn voor de ondernemingsbesluiten en planning op lange termijn en op indirecte staatsinmenging duidde. Ten tweede werd vastgesteld dat in het boekhoudsysteem van deze onderneming niet was voorzien in een reserve voor oninbare vorderingen; er was geen duidelijk beleid ten aanzien van de verschillende categorieën vaste activa; er waren fouten in de afschrijvingsbedragen; er werden voorzieningen aangetroffen die niet waren verantwoord, en er waren leningen die niet door bewijs werden gestaafd. Al deze elementen hadden een duidelijke invloed op de kosten van de onderneming. Geen van deze punten kwam echter aan bod in de accountantsverklaring, zodat de boekhouding van de onderneming en de werkzaamheden van de accountants als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd.

(34)

De onderneming kon evenmin aantonen dat zij voldeed aan criterium 3, waarbij bleek dat er sprake is van aanzienlijke verstoringen die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie. De onderneming kon met name geen bewijs overleggen met betrekking tot grondgebruiksrechten, leningen, de herkomst van vaste activa, kapitaalinbreng en kapitaalverhoging.

(35)

Een vierde producent/exporteur, bestaande uit een groep van verbonden ondernemingen, moest een BMO worden geweigerd omdat bleek dat de groep niet voldeed aan criterium 1 tot en met 3. De groep kon met name niet aantonen dat het besluitvormingsproces vrij was van staatsinmenging van betekenis. Bovendien was de boekhouding niet in overeenstemming met de internationale standaarden voor jaarrekeningen en werden diverse fouten in de boekhouding geconstateerd, waardoor de externe accountantscontrole onbetrouwbaar was. Voorts waren er verstoringen die nog voortvloeiden uit het vroegere systeem zonder markteconomie, met name wat de eigendomsoverdracht en grondgebruiksrechten betreft. De gegevens die de onderneming na de mededeling aanleverde, bevatte geen nieuwe informatie en geen nieuw bewijs die reden waren om deze bevindingen aan te passen; deze zijn derhalve voorlopig bevestigd.

(36)

Bijgevolg werd geconcludeerd dat geen enkele Chinese producent/exporteur aantoonde dat hij voldeed aan de voorwaarden van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening.

3.   Individuele behandeling („IB”)

(37)

Ingevolge artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening wordt voor landen waarop de bepalingen van dat artikel van toepassing zijn, een voor het gehele land geldend recht vastgesteld, behalve wanneer ondernemingen kunnen aantonen dat ze aan alle criteria van artikel 9, lid 5, van de basisverordening voldoen om in aanmerking te komen voor een IB.

(38)

De producenten/exporteurs die niet aan de BMO-criteria voldeden, hadden alle ook om een IB verzocht voor het geval zij geen BMO kregen.

(39)

Aan de hand van de beschikbare gegevens werd geconstateerd dat drie Chinese producenten/exporteurs voldeden aan alle eisen voor een IB zoals vermeld in artikel 9, lid 5, van de basisverordening. Er werd echter geconcludeerd dat de vierde producent/exporteur niet in aanmerking kwam voor een IB, omdat mogelijke staatsinmenging bij de prijsstelling niet kon worden uitgesloten.

4.   Normale waarde

4.1.   Referentieland

(40)

Volgens artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening moet de normale waarde voor producenten/exporteurs in landen met een overgangseconomie aan wie geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, worden vastgesteld aan de hand van de prijs of de berekende waarde in een land met markteconomie („referentieland”).

(41)

In het bericht van inleiding werd Turkije voorgesteld als referentieland voor het vaststellen van de normale waarde voor China. De Commissie verzocht alle belanghebbenden om reacties op dit voorstel.

(42)

Eén belanghebbende diende opmerkingen in waarin Thailand als alternatief referentieland werd voorgesteld. Deze belanghebbende voerde aan dat er slechts één producent in Turkije was, die door antidumpingmaatregelen werd beschermd, en dat deze producent dus een quasi-monopoliepositie op de Turkse markt had. De Commissie nam contact op met bekende ondernemingen in Thailand en in derde landen waarvan bekend was dat er producenten van het soortgelijke product gevestigd waren. Deze producenten hebben echter niet op de vragenlijst gereageerd.

(43)

De producent in Turkije heeft zijn volledige medewerking aan het onderzoek verleend door de vragenlijst volledig in te vullen en in te stemmen met een controlebezoek.

(44)

De Commissie heeft de bewering van de belanghebbende onderzocht en kwam tot de conclusie dat Turkije voldeed aan de criteria voor een geschikt referentieland. Hoewel er slechts één producent van het soortgelijke product in het land is en er antidumpingmaatregelen gelden voor de invoer uit China en Rusland, is er een aanzienlijke invoer in Turkije uit diverse derde landen, die meer dan 50 % van de Turkse markt uitmaakt, zodat er wel degelijk sprake is van concurrentie op deze markt.

(45)

Derhalve luidt de voorlopige conclusie dat Turkije een geschikt referentieland is in de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening.

4.2.   Methode voor de vaststelling van de normale waarde

(46)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening werd de normale waarde voor China vastgesteld aan de hand van de gecontroleerde gegevens van de medewerkende producent in het referentieland.

(47)

Onderzocht werd of de binnenlandse verkoop van elke soort van het betrokken product die in het referentieland werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening kon worden geacht in het kader van normale handelstransacties te hebben plaatsgevonden; hiertoe werd het aandeel van de winstgevende verkoop van de soort in kwestie aan onafhankelijke afnemers vastgesteld.

(48)

Voor de meeste productsoorten werd de binnenlandse prijs niet als geschikte basis voor de vaststelling van de normale waarde beschouwd, aangezien de winstgevende verkoop minder dan 10 % van de totale verkoop bedroeg.

(49)

Voor deze soorten werd de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening berekend op basis van de eigen fabricagekosten van de producent vermeerderd met een redelijk bedrag voor verkoopkosten en algemene en administratieve uitgaven („VAA-kosten”) en winst. Bij dit bedrag werd uitgegaan van de VAA-kosten en winst voor dezelfde algemene categorie producten die op de binnenlandse markt door de Turkse producenten werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder b), van de basisverordening.

(50)

Voor één productsoort, waarvoor de met winst verkochte hoeveelheid minder dan 80 % maar meer dan 10 % van de totale verkochte hoeveelheid van die soort bedroeg, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, die werd berekend als de gewogen gemiddelde prijs van de winstgevende verkoop van die soort.

4.3.   Uitvoerprijs

(51)

In alle gevallen waarin het betrokken product naar onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap werd uitgevoerd, werd de uitvoerprijs vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening, d.w.z. aan de hand van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(52)

Een deel van de uitvoer van één producent/exporteur vond plaats via een verbonden importeur in de Gemeenschap. In dit geval werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening berekend aan de hand van de prijs waartegen de ingevoerde producten voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer werden doorverkocht, naar behoren gecorrigeerd voor alle kosten tussen invoer en wederverkoop en voor een redelijke marge voor de VAA-kosten en de winst. De VAA-kosten van de verbonden importeur zelf werden gebruikt, maar de winstmarge werd vastgesteld op basis van de gegevens van medewerkende niet-verbonden importeurs.

4.4.   Vergelijking

(53)

De normale waarde werd met de uitvoerprijs vergeleken in het stadium af fabriek.

(54)

Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Voor alle onderzochte ondernemingen (medewerkende producenten/exporteurs en de producent in het referentieland) werden, waar van toepassing en gerechtvaardigd, correcties uitgevoerd voor verschillen in de kosten van vervoer, vracht, verzekering, btw, bankkosten, verpakking, kredietkosten en commissies.

5.   Dumpingmarges

5.1.   Medewerkende producenten aan wie een IB werd toegekend

(55)

Voor de ondernemingen waaraan een IB werd toegekend, werd de gewogen gemiddelde normale waarde vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs, zoals bepaald in artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening.

(56)

De voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, in procenten van de cif-prijs grens Gemeenschap, vóór inklaring, bedragen:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Kiswire Qingdao Ltd

26,8 %

Wuxi Jinyang Metal Products Co. Ltd

47,6 %

Liaoning Tongda Building Material Industry Co. Ltd

41,3 %

5.2.   Alle andere producenten/exporteurs

(57)

Wat alle andere Chinese exporteurs betreft, stelde de Commissie eerst de mate van medewerking vast. Er werd een vergelijking gemaakt tussen de totale uitgevoerde hoeveelheden, als aangegeven in de antwoorden van de medewerkende producenten/exporteurs op de vragenlijst, en de totale vanuit China ingevoerde hoeveelheden, zoals afgeleid uit de invoerstatistieken van Eurostat. De mate van medewerking bleek gering, namelijk 24 %.

(58)

Het werd daarom passend geacht om de dumpingmarge voor het gehele land te bepalen als het gewogen gemiddelde van i) de dumpingmarge die was vastgesteld voor de medewerkende exporteur aan wie geen behandeling als marktgerichte onderneming of individuele behandeling was toegekend, en ii) de hoogste dumpingmarges voor representatieve productsoorten van dezelfde exporteur, aangezien er geen aanwijzingen waren dat de niet-medewerkende producenten/exporteurs op een lager niveau dumpten.

(59)

Zodoende werd de dumpingmarge voor het gehele land voorlopig vastgesteld op 50,2 % van de cif-prijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring.

D.   BEDRIJFSTAK VAN DE GEMEENSCHAP

1.   Productie

(60)

Gezien de definitie van „bedrijfstak van de Gemeenschap” in artikel 4, lid 1, van de basisverordening werd de productie van onderstaande communautaire producenten in aanmerking genomen bij het vaststellen van de omvang van de communautaire productie:

elf producenten namens wie de klacht werd ingediend,

zeven producenten die de procedure steunden,

vier andere in de klacht genoemde communautaire producenten, die gegevens over hun productie en verkoop verstrekten en die noch klager waren noch de procedure steunden, maar zich niet verzetten tegen het onderhavige onderzoek.

De bedrijfstak van de Gemeenschap bestaat derhalve uit deze 22 ondernemingen voor de analyse van de schade als geheel.

2.   Steekproef

(61)

Zeven van de elf communautaire producenten die de klacht steunden, werden voor de steekproef geselecteerd op basis van de representativiteit van de omvang van hun verkoop, hun verschillende productsoorten en hun vestigingsplaats in de Gemeenschap.

(62)

Een van de oorspronkelijk voor de steekproef geselecteerde ondernemingen werkte echter niet mee aan de steekproefprocedure en vulde de vragenlijst niet in. Deze onderneming werd daarom van de steekproef uitgesloten en vervangen door een onderneming die de klacht steunde; dit was de op twee na meest representatieve onderneming wat de omvang van de verkoop betreft.

(63)

Deze zeven medewerkende communautaire producenten vertegenwoordigden 51 % van de totale productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap.

E.   SCHADE

1.   Opmerking vooraf

(64)

Gezien het feit dat een steekproef werd gebruikt ten aanzien van de bedrijfstak van de Gemeenschap, is de schade beoordeeld op basis van trends met betrekking tot productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, werkgelegenheid, productiviteit, verkoop, marktaandeel en groei, die op het niveau van de gehele bedrijfstak van de Gemeenschap waren verzameld, en trends met betrekking tot prijzen, winstgevendheid, kasstroom, vermogen om kapitaal en investeringen aan te trekken, voorraden, rendement van investeringen en lonen, die op het niveau van de in de steekproef opgenomen communautaire producenten waren verzameld.

2.   Verbruik in de Gemeenschap

(65)

Het verbruik in de Gemeenschap werd vastgesteld op basis van de omvang van de verkoop van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Gemeenschap, de verkoopgegevens van de communautaire producenten die de procedure steunden, de verkoopgegevens van de andere communautaire producenten en de gegevens van Eurostat betreffende de invoer in de Gemeenschap.

 

2004

2005

2006

OT

Verbruik in de Gemeenschap (t)

903 541

820 713

998 683

1 054 236

Index (2004 = 100)

100

91

111

117

(66)

Tijdens de beoordelingsperiode steeg het verbruik in de Gemeenschap met 17 % van 903 541 t in 2004 tot 1 054 236 t tijdens het OT. De stijging van het verbruik in de Gemeenschap kan worden verklaard door de toegenomen vraag in de bouwsector en het herstel van de staalsector zelf.

3.   Invoer in de Gemeenschap uit China

3.1.   Omvang van de invoer en marktaandeel

 

2004

2005

2006

OT

Invoer uit China (t)

3 940

11 755

43 571

86 918

Index (2004 = 100)

100

298

1 106

2 206

Marktaandeel

0,4 %

1,4 %

4,4 %

8,2 %

Index (2004 = 100)

100

328

1 001

1 900

(67)

Tijdens de beoordelingsperiode nam de omvang van de invoer van het betrokken product in de Gemeenschap enorm toe, van 3 940 t in 2004 tot 86 918 t in het OT, wat neerkomt op een stijging van 2 106 %. De periode 2005-2006 liet de grootste stijging zien: de invoer steeg toen met maar liefst 271 %.

(68)

Het marktaandeel van de Chinese invoer, uitgedrukt als percentage van het verbruik in de Gemeenschap, steeg in het OT van 0,4 % tot 8,2 %.

3.2.   Invoerprijzen en prijsonderbieding

 

2004

2005

2006

OT

Gemiddelde prijzen van de invoer uit China (EUR/t)

1 238

929

713

683

Index (2004 = 100)

100

75

58

55

(69)

Tijdens de beoordelingsperiode daalde de gemiddelde invoerprijs van het betrokken product uit China sterk, van 1 238 EUR/t in 2004 tot 683 EUR/t in het OT, d.w.z. met meer dan 45 %.

(70)

Uit een vergelijking tussen de prijzen af fabriek van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Gemeenschap aan niet-verbonden afnemers op de communautaire markt en de cif-prijzen grens Gemeenschap van de producenten/exporteurs in China, naar behoren gecorrigeerd voor de kosten van het lossen en de inklaring, bleek dat er sprake was een prijsonderbieding van gemiddeld 18 %.

4.   Situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(71)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Gemeenschap een analyse van alle relevante economische factoren die van invloed zijn op de situatie van die bedrijfstak, vanaf 2004 tot en met het onderzoektijdvak.

4.1.   Gegevens over de bedrijfstak van de Gemeenschap als geheel

4.1.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2004

2005

2006

OT

Productieomvang (t)

924 504

848 596

940 241

953 934

Index (2004 = 100)

100

92

102

103

Productiecapaciteit (t)

1 071 530

1 126 060

1 197 940

1 212 940

Index (2004 = 100)

100

105

112

113

Bezettingsgraad (%)

86 %

75 %

78 %

79 %

(72)

Tussen 2004 en het eind van het OT nam de totale productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap met 3 % toe, terwijl de productiecapaciteit met 13 % steeg. Tijdens dezelfde periode daalde de bezettingsgraad met 7 procentpunten. Dit moet echter worden gezien tegen de achtergrond van een stijging met 17 % in het verbruik van de Gemeenschap.

4.1.2.   Werkgelegenheid en productiviteit

 

2004

2005

2006

OT

Aantal werknemers

1 259

1 234

1 273

1 277

Index (2004 = 100)

100

98

101

101

Productiviteit (ton/werknemer)

734

688

739

747

Index (2004 = 100)

100

94

101

102

(73)

De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Gemeenschap bleven tijdens de gehele beoordelingsperiode vrij stabiel.

(74)

De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Gemeenschap, uitgedrukt in productie in tonnen per persoon per jaar, liet tijdens de beoordelingsperiode een lichte stijging van 2 % zien.

4.1.3.   Omvang van de verkoop en marktaandeel

 

2004

2005

2006

OT

Omvang van de verkoop in de Europese Unie aan niet-verbonden partijen (t)

842 526

741 597

845 014

846 561

Index (2004 = 100)

100

88

100

100

Marktaandeel

93,2 %

90,4 %

84,6 %

80,3 %

(75)

De omvang van de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap aan niet-verbonden afnemers op de communautaire markt bleef stabiel en bedroeg 842 526 t in 2004 en 846 561 t in het OT.

(76)

De bedrijfstak van de Gemeenschap verloor tijdens de hele beoordelingsperiode aan marktaandeel. Het totale marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap daalde met circa 13 procentpunten van ongeveer 93 % in 2004 tot ongeveer 80 % in het OT.

4.1.4.   Groei

(77)

Terwijl het verbruik in de Gemeenschap tussen 2004 en het eind van het OT met 17 % steeg, blijkt uit de daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap met circa 13 procentpunten en de piek in de invoer uit China die tegelijkertijd plaatsvond, dat de bedrijfstak van de Gemeenschap niet van de groei van de markt kon profiteren.

4.2.   Gegevens over de in de steekproef opgenomen communautaire producenten

4.2.1.   Voorraden

(78)

Onderstaande cijfers hebben alleen betrekking op de in de steekproef opgenomen ondernemingen en geven de omvang van de voorraden aan het eind van elke periode weer.

 

2004

2005

2006

OT

Eindvoorraad (t)

27 010

24 485

23 905

36 355

Index (2004 = 100)

100

91

89

135

(79)

De voorraden namen tijdens de beoordelingsperiode met 35 % toe, wat erop wijst dat het voor de bedrijfstak steeds moeilijker werd zijn producten op de communautaire markt te verkopen, ondanks de aanzienlijke stijging van het verbruik in de Gemeenschap.

4.2.2.   Gemiddelde verkoopprijzen per eenheid op de communautaire markt

 

2004

2005

2006

OT

Gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Gemeenschap (EUR)

751

948

772

762

Index (2004 = 100)

100

126

103

101

(80)

De verkoopprijzen per eenheid door de in de steekproef van de bedrijfstak van de Gemeenschap opgenomen ondernemingen aan niet-verbonden afnemers in de Gemeenschap daalde tussen 2004 en het eind van het OT met 1 %. De stijging van de verkoopprijzen in 2005 laat zich wellicht verklaren door een tekort aan de belangrijkste grondstof, walsdraad.

4.2.3.   Investeringen, rendement van de investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

 

2004

2005

2006

OT

Investeringen (× 1 000 EUR)

4 608

10 581

7 516

7 980

Index (2004 = 100)

100

230

163

173

Rendement van de investeringen (in %)

24 %

31 %

11 %

6 %

(81)

De jaarlijkse investeringen in de productie van PSC-draad en -strengen steeg in de beoordelingsperiode met 73 %. Er is niet alleen geïnvesteerd in capaciteitsvergroting, maar ook in een beter en meer gestroomlijnd productieproces om kosten te besparen. Dit is ondanks de negatieve ontwikkeling van de winstgevendheid gelukt.

(82)

Het rendement van investeringen, uitgedrukt als de winst als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen, volgde de negatieve ontwikkeling van de winstgevendheid en daalde met 18 procentpunten. De piek in 2005 had betrekking op de investeringen van één onderneming.

(83)

De Commissie heeft geen bewijsmateriaal ontvangen waaruit bleek dat het vermogen om kapitaal aan te trekken tijdens de beoordelingsperiode was verminderd of versterkt.

4.2.4.   Winstgevendheid en kasstroom

 

2004

2005

2006

OT

Winstgevendheid verkoop bedrijfstak van de Gemeenschap (% van nettoverkoop)

6,2 %

11,2 %

4,5 %

2,1 %

Index (2004 = 100)

100

180

73

35

Kasstroom (EUR)

37 472 789

65 785 501

17 830 311

18 456 732

Index (2004 = 100)

100

176

48

49

(84)

Tijdens de beoordelingsperiode was er een sterke daling van de winstgevendheid, uitgedrukt als percentage van de nettoverkoop door de in de steekproef opgenomen communautaire producenten, van 6,2 % in 2004 tot 2,1 % in het OT. Vanaf 2005 volgde de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap dezelfde ontwikkeling als zijn verkoopprijzen. Het is duidelijk dat de tijdens het OT geboekte winst niet voldoende is om de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap op lange termijn te garanderen.

(85)

De door het betrokken product gegenereerde nettokasstroom daalde met 51 % van 37 miljoen EUR in 2004 tot 18 miljoen EUR in het OT.

4.2.5.   Arbeidskosten

 

2004

2005

2006

OT

Arbeidskosten per werknemer

41 970

41 118

41 484

43 941

Index (2004 = 100)

100

98

99

105

(86)

De arbeidskosten van de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn in de beoordelingsperiode met 5 % toegenomen. Dit is een natuurlijke toename, die lager ligt dan de inflatie over de betrokken periode.

4.2.6.   Hoogte van de dumpingmarge

(87)

Gezien de omvang, het marktaandeel en de prijzen van de invoer met dumping uit het betrokken land, is het effect van de werkelijke dumpingmarges op de bedrijfstak van de Gemeenschap niet te verwaarlozen.

4.2.7.   Herstel van eerdere dumping

(88)

Er zijn geen aanwijzingen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zich herstelt van de gevolgen van eerdere dumping.

5.   Conclusie inzake schade

(89)

De meeste schade-indicatoren betreffende de bedrijfstak van de Gemeenschap ontwikkelden zich negatief tijdens de beoordelingsperiode. Terwijl het verbruik in de Gemeenschap met 17 % steeg, bleef de omvang van de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap slechts stabiel en daalde haar marktaandeel derhalve met ongeveer 13 procentpunten. Terwijl de prijzen van de Chinese invoer met 45 % daalden, bleef de verkoopprijs per eenheid van het soortgelijke product in de Gemeenschap door de in de steekproef opgenomen communautaire producenten min of meer stabiel, hoewel de productiekosten per eenheid als gevolg van de prijsstijgingen van energie en grondstoffen met 5 % waren gestegen. Dit leidde ertoe dat de winstgevendheid daalde van 6,2 % in 2004 tot 2,1 % in het OT, hetgeen volstrekt onvoldoende is voor deze sector. Ook de kasstroom en het rendement van investeringen lieten een negatieve trend zien, met een afname van respectievelijk 51 en 18 procentpunten in de beoordelingsperiode.

(90)

Slechts enkele indicatoren ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode positief. De productie en de productiecapaciteit zijn met respectievelijk 3 % en 13 % gestegen. De investeringen zijn met 73 % gestegen. Zoals hierboven al is aangegeven, moet dit echter worden gezien tegen de achtergrond van de sterke stijging van het verbruik in de Gemeenschap (met 17 %).

(91)

Er wordt dan ook geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Gemeenschap aanmerkelijke schade in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft geleden.

F.   OORZAKELIJK VERBAND

1.   Inleiding

(92)

Overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, van de basisverordening is de Commissie nagegaan of de invoer met dumping uit China de bedrijfstak van de Gemeenschap zodanige schade had berokkend dat deze aanmerkelijk kan worden genoemd. Andere bekende factoren dan de invoer met dumping waardoor de bedrijfstak van de Gemeenschap tezelfdertijd schade kon hebben geleden, werden eveneens onderzocht, zodat mogelijke schade door deze andere factoren niet aan de invoer met dumping zou worden toegeschreven.

2.   Gevolgen van de invoer met dumping

(93)

De enorme stijging van 2 106 % van de omvang van de invoer met dumping tussen 2004 en het eind van het OT en de gelijktijdige stijging van het marktaandeel in de Gemeenschap van 0,4 % in 2004 tot 8,2 % in het OT, alsmede de prijsonderbieding van 18 % die tijdens het OT werd vastgesteld, vielen samen met de verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap, zoals hierboven is uitgelegd. Tot 2005 bleef de omvang van de Chinese invoer beperkt en lagen de prijzen boven of rond die van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Vanaf 2005 daalden de gemiddelde prijzen van de invoer uit China echter aanzienlijk, waardoor de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn prijzen niet kon verhogen, ondanks de prijsstijging van de belangrijkste grondstof, walsdraad, die 75 % van de fabricagekosten uitmaakt. Als gevolg hiervan was er een sterke verslechtering van de financiële situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap in 2006 en tijdens het OT. Daarnaast verloor de bedrijfstak van de Gemeenschap door invoer met dumping een aanzienlijk deel van zijn marktaandeel.

(94)

Gezien het bovenstaande wordt voorlopig geconcludeerd dat de invoer met dumping uit China, die de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het OT in aanzienlijke mate onderbood en die ook qua omvang sterk toenam, een beslissende rol speelde bij de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade, wat blijkt uit zijn slechte financiële situatie en de verslechtering van de meeste schade-indicatoren.

3.   Gevolgen van andere factoren

3.1.   Invoer uit andere landen

 

2004

2005

2006

OT

Invoer uit andere derde landen (t)

57 075

67 361

110 098

120 757

Index (2004 = 100)

100

118

193

212

Marktaandeel van de invoer uit andere derde landen

6 %

8 %

11 %

11 %

Gemiddelde prijs van de ingevoerde goederen

711

842

937

952

Index (2004 = 100)

100

118

132

134

(95)

Op basis van gegevens van Eurostat nam de omvang van de invoer in de Gemeenschap van PSC-draad en -strengen uit derde landen die buiten dit onderzoek vallen, met 112 % toe, van 57 075 t in 2004 tot 120 757 t in het OT. Het overeenkomstige marktaandeel van deze invoer steeg van 6 % in 2004 tot 11 % in het OT.

(96)

De gemiddelde prijzen van deze invoer lagen echter ver boven die van de Chinese producenten/exporteurs en zelfs boven die van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Deze invoer kon derhalve niet medeoorzaak zijn geweest van de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden. Overigens werd bij twee van deze landen, met een marktaandeel van 2,5 % van de communautaire markt, vastgesteld dat zij in het OT prijzen hanteerden die onder de invoerprijzen van het betrokken product uit China lagen. Aangezien het hierbij echter om relatief beperkte hoeveelheden ging, is dit niet voldoende om het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit China en de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade te verbreken.

3.2.   Uitvoerprestaties van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Gemeenschap

 

2004

2005

2006

OT

Uitvoer (Mt)

54 759

73 186

69 324

63 792

Index (2004 = 100)

100

134

127

116

Verkoopprijs per eenheid (EUR)

715

723

650

660

Index (2004 = 100)

100

101

91

92

(97)

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel, nam de uitvoer van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Gemeenschap met 16 % toe. Deze uitvoer maakte 14 % van de totale uitvoer in het OT uit.

(98)

De verkoopprijs per eenheid van de uitvoer van de communautaire producenten daalde met 8 % van 715 EUR in 2004 tot 660 EUR in het OT. Hoewel de geaggregeerde gegevens erop wijzen dat deze uitvoer plaatsvond tegen prijzen die vanaf het begin van de beoordelingsperiode onder de productiekosten lagen, zijn er verschillen tussen de ondernemingen en in de tijd. Bovendien waren zij vanwege de concurrentie met de Chinese ondernemingen op deze markten gedwongen hun prijzen aan die van deze ondernemingen aan te passen.

(99)

Derhalve kan niet worden geconcludeerd dat deze factor wezenlijk heeft bijgedragen tot de recente verslechtering van de financiële situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap en daarmee tot de aanmerkelijke schade die deze heeft geleden.

3.3.   Productiekosten

 

2004

2005

2006

OT

Productiekosten per eenheid

700

812

724

740

Index (2004 = 100)

100

116

103

105

(100)

Uit het onderzoek is gebleken dat de productiekosten per eenheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap tussen 2004 en het eind van het OT met 5 % zijn gestegen. Deze stijging wordt toegeschreven aan de prijsstijging van de belangrijkste grondstof, walsdraad, en de energieprijzen.

(101)

Onder normale economische omstandigheden en als de prijzen niet dermate onder druk van de invoer met dumping hadden gestaan, zou de bedrijfstak van de Gemeenschap geen problemen hebben gehad met de kostenstijging tussen 2004 en het eind van het OT. De voorlopige conclusie luidt derhalve dat deze stijging het oorzakelijke verband tussen de invoer met dumping uit China en de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap niet heeft verbroken.

3.4.   Concurrentie van andere producenten in de Gemeenschap

 

2004

2005

2006

OT

Verkoop van andere producenten in de Gemeenschap op de communautaire markt

85 500

77 332

80 466

80 356

Index (2004 = 100)

100

90

94

94

Marktaandeel van andere producenten in de Gemeenschap

9,5 %

9,4 %

8,1 %

7,6 %

(102)

De omvang van de verkoop door andere communautaire producenten die geen klager zijn noch de klacht steunden, die goed was voor 8 % van de totale EU-productie, daalde met 6 % van naar schatting 85 500 Mt in 2004 tot 80 356 Mt in het OT. Het aandeel van deze producenten op de communautaire markt daalde van 9,5 % tot 7,6 % gedurende dezelfde periode en er werden geen aanwijzingen gevonden dat hun prijzen lager waren dan die van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Gemeenschap. De voorlopige conclusie luidt dan ook dat hun verkoop op de communautaire markt geen rol speelde bij de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden.

4.   Conclusie inzake het oorzakelijk verband

(103)

Uit het onderzoek kwam naar voren dat andere bekende factoren, zoals invoer uit andere derde landen, uitvoer van de bedrijfstak van de Gemeenschap, concurrentie met andere producenten en de stijging van de productiekosten, geen beslissende rol speelde bij de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade.

(104)

Aangezien de enorme toename van de invoer met dumping uit China, de overeenkomstige groei van het marktaandeel van deze invoer en de geconstateerde prijsonderbieding samenvielen met de verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap, moet worden geconcludeerd dat de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden aanmerkelijke schade in de zin van artikel 3, lid 6, van de basisverordening veroorzaakt is door de invoer met dumping.

G.   BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

1.   Algemene overwegingen

(105)

Ingevolge artikel 21 van de basisverordening werd nagegaan of er ondanks de voorlopige conclusie inzake schade veroorzakende dumping dwingende redenen waren om te concluderen dat het niet in het belang van de Gemeenschap was in dit bijzondere geval maatregelen te nemen. De gevolgen van eventuele maatregelen voor alle bij deze procedure betrokken partijen en ook de gevolgen van het afzien van maatregelen werden onderzocht.

2.   Belang van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(106)

De bedrijfstak van de Gemeenschap heeft schade ondervonden van de invoer met dumping van het betrokken product uit China. Bovendien lieten de meeste economische indicatoren van de bedrijfstak van de Gemeenschap tijdens de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling zien. Gezien de aard van de schade (verlies aan marktaandeel, daling van de winstgevendheid) lijkt een verdere aanzienlijke verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap onvermijdelijk wanneer er geen maatregelen worden getroffen.

(107)

De instelling van maatregelen zal, zo is de verwachting, verdere verstoring van de markt voorkomen en de eerlijke mededinging herstellen. Dit zou de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat stellen de verkoopprijzen te verhogen tot een niveau dat een redelijke winstmarge garandeert.

(108)

Als geen maatregelen worden ingesteld, zouden de prijzen verder dalen en zou de winst van de communautaire producenten verder afnemen. Dit zou op middellange tot lange termijn onhoudbaar zijn. Gezien de lage winst en de investeringen in productiesystemen kan worden verwacht dat bepaalde communautaire producenten niet in staat zijn hun investeringen terug te verdienen als er geen maatregelen worden ingesteld.

(109)

Aangezien de bedrijfstak van de Gemeenschap bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen verspreid over de Europese Unie, zou het instellen van antidumpingmaatregelen bovendien helpen de werkgelegenheid in deze sector te behouden.

(110)

Daarom wordt voorlopig geconcludeerd dat antidumpingmaatregelen in het belang zijn van de bedrijfstak van de Gemeenschap.

3.   Belang van andere communautaire producenten

(111)

Met betrekking tot de vier ondernemingen die noch klager waren noch de procedure steunden, zijn er geen aanwijzingen dat het instellen van maatregelen in strijd zou zijn met de belangen van deze producenten.

4.   Belang van de importeurs

(112)

De Commissie zond alle haar bekende importeurs en handelaren een vragenlijst. Vier importeurs verleenden hun medewerking aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Zij vertegenwoordigden in het OT ongeveer 38 % van de totale invoer uit China in de Gemeenschap en ongeveer 3,2 % van het verbruik in de Gemeenschap. Vervolgens is bij twee van deze ondernemingen, in Spanje en in het Verenigd Koninkrijk, een controle ter plaatse uitgevoerd. De invoer van het betrokken product door deze twee ondernemingen was goed voor 20 tot 38 % van de totale invoer uit China in de Gemeenschap.

(113)

Voor beide importeurs maakte het betrokken product 100 % van hun omzet uit. De ene importeur kocht 100 % en de andere 90 % van hun totale invoer van het betrokken product in China aan. Tussen de 8 en de 11 personen zijn rechtstreeks betrokken bij de aankoop, het verhandelen en de wederverkoop van het betrokken product.

(114)

Het kan niet worden uitgesloten dat de invoer uit het betrokken land daalt wanneer antidumpingmaatregelen worden ingesteld en dat de economische situatie van de importeurs daaronder lijdt. Een stijging van de invoerprijzen van het betrokken product zal de concurrentie op de communautaire markt echter alleen maar herstellen en de importeurs niet verhinderen het betrokken product te verkopen. Voorts moet het geringe aandeel van de kosten van het betrokken product in de totale kosten van de afnemers het voor de importeurs gemakkelijker maken prijsstijgingen aan hen door te berekenen. Derhalve luidt de voorlopige conclusie dat antidumpingmaatregelen waarschijnlijk geen ernstige nadelige gevolgen zullen hebben voor de importeurs in de Gemeenschap.

5.   Belang van de gebruikers

(115)

Er zijn aanvankelijk vragenlijsten toegezonden aan alle partijen die in de klacht als gebruiker worden genoemd. Zeven gebruikers, die ongeveer 13 % van de totale invoer uit China in de Gemeenschap vertegenwoordigen, verleenden hun medewerking aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Vervolgens is bij twee van deze ondernemingen, in Spanje en in het Verenigd Koninkrijk, een controle ter plaatse uitgevoerd. In totaal waren deze twee ondernemingen goed voor minder dan 5 % van de invoer van PSC-draad en -strengen uit China in het OT. Zij verkregen het betrokken product doorgaans uit andere bronnen, zoals de bedrijfstak van de Gemeenschap en Zuid-Afrika.

(116)

Het betrokken product wordt in de bouw gebruikt voor het wapenen van beton, voor hangconstructies en voor tuibruggen. In deze procedure zijn de gebruikers echter intermediaire ondernemingen die de onderdelen voor bovengenoemde toepassingen vervaardigen en leveren. Dit betekent dat, hoewel de gevolgen van de instelling van antidumpingrechten waarschijnlijk niet te verwaarlozen zullen zijn, de gebruikers naar verwachting de uit die instelling voortvloeiende prijsstijging geheel of bijna geheel zullen kunnen doorberekenen aan de eindgebruikers, voor wie de gevolgen van het instellen van deze maatregelen te verwaarlozen zijn.

(117)

De voorlopige conclusie luidt dan ook dat de instelling van antidumpingmaatregelen geen gevolgen van betekenis zou hebben voor de kosten van de gebruikers.

6.   Conclusie inzake het belang van de Gemeenschap

(118)

Gelet op het voorgaande wordt voorlopig geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn om geen antidumpingmaatregelen te nemen ten aanzien van de invoer van PSC-draad en -strengen uit China.

H.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

1.   Schademarge

(119)

Gezien de conclusies inzake dumping, de door die dumping veroorzaakte schade, het oorzakelijk verband en het belang van de Gemeenschap moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

(120)

Om de hoogte van deze rechten te bepalen, werd rekening gehouden met de vastgestelde dumpingmarges en het bedrag aan rechten dat noodzakelijk is om de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap op te heffen.

(121)

Bij de berekening van het recht dat nodig is om de gevolgen van de schade veroorzakende dumping op te heffen, werd ervan uitgegaan dat de maatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat moeten stellen om de productiekosten te dekken en een winst vóór belasting te maken die bij normale concurrentie, dat wil zeggen in afwezigheid van invoer met dumping, redelijkerwijs op de verkoop van het soortgelijke product in de Gemeenschap door een dergelijke sector kan worden behaald. De voor deze berekening gehanteerde winstmarge vóór belastingen bedroeg 8,5 % van de omzet, gebaseerd op de gewogen gemiddelde winst in 2004 en 2005 toen nog geen sprake was van een aanzienlijke invoer uit China en de prijzen rond of boven die van de bedrijfstak van de Gemeenschap lagen. Op basis hiervan werd voor het soortgelijke product een prijs berekend waarbij de bedrijfstak van de Gemeenschap geen schade lijdt. Dat gebeurde door de bovengenoemde winstmarge van 8,5 % bij de productiekosten op te tellen.

(122)

De noodzakelijke prijsverhoging werd vervolgens berekend door vergelijking van de gewogen gemiddelde invoerprijs, die bij de berekening van de prijsonderbieding was vastgesteld, met de geen schade veroorzakende prijs van producten die door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de communautaire markt worden verkocht. Het verschil dat deze vergelijking opleverde, werd vervolgens uitgedrukt als percentage van de totale cif-waarde bij invoer.

(123)

In verband met de berekening van de voor het gehele land geldende schademarge voor alle andere producenten/exporteurs in China zij eraan herinnerd dat het niveau van medewerking laag was. De schademarge werd daarom vastgesteld op het niveau van de schademarge voor de medewerkende onderneming aan wie geen behandeling als marktgerichte onderneming of individuele behandeling was toegekend.

2.   Voorlopige maatregelen

(124)

Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de basisverordening, voorlopige antidumpingrechten moeten worden ingesteld op invoer uit China die overeen moeten stemmen met de dumpingmarge of met de schademarge indien deze lager is. In dit geval moeten alle antidumpingrechten dus worden vastgesteld op het niveau van de vastgestelde schademarges.

(125)

De bij deze verordening vastgestelde individuele antidumpingrechten voor bepaalde ondernemingen zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen daarom de situatie die bij dat onderzoek voor die ondernemingen werd vastgesteld. Deze rechten (in tegenstelling tot het voor het gehele land geldende recht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”) gelden dus uitsluitend bij de invoer van producten van oorsprong uit het betrokken land die vervaardigd zijn door de specifiek vermelde juridische entiteiten. De rechten zijn niet van toepassing op ingevoerde producten die zijn vervaardigd door andere, niet specifiek in het dispositief van deze verordening met naam en adres genoemde ondernemingen, ook al gaat het hierbij om entiteiten die verbonden zijn met de specifiek genoemde ondernemingen; op die producten is het recht van toepassing dat geldt voor „alle andere ondernemingen”.

(126)

Verzoeken in verband met de toepassing van deze specifiek voor bepaalde ondernemingen geldende antidumpingrechten (bv. na een naamswijziging van een bedrijf of na de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie te worden gericht, onder opgave van alle relevante gegevens, met name indien de naamswijziging of de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen verband houdt met wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van productie en de verkoop in binnen- en buitenland. Indien nodig zal de Commissie, na overleg met het Raadgevend Comité, de verordening dienovereenkomstig wijzigen door de lijst van ondernemingen waarop individuele antidumpingrechten van toepassing zijn, aan te passen.

(127)

De voorgestelde antidumpingrechten zijn als volgt:

Onderneming

Schademarge

Dumpingmarge

Antidumpingrecht

Kiswire Qingdao Ltd

2,1 %

26,8 %

2,1 %

Liaoning Tongda Building Material Industry Co. Ltd

23,7 %

41,3 %

23,7 %

Wuxi Jinyang Metal Products Co. Ltd

30,8 %

47,6 %

30,8 %

Alle andere ondernemingen

52,2 %

56,7 %

52,2 %

I.   SLOTBEPALING

(128)

Met het oog op de beginselen van behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de belanghebbenden die zich binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn bij de Commissie kenbaar hebben gemaakt, schriftelijk opmerkingen kunnen maken en kunnen verzoeken te worden gehoord. Voorts dient te worden vermeld dat alle bevindingen betreffende de instelling van antidumpingrechten in het kader van deze verordening voorlopig zijn en bij de vaststelling van definitieve bevindingen kunnen worden herzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op de invoer van draad van niet-gelegeerd staal (niet bekleed, of verzinkt) en strengen van niet-gelegeerd staal (al dan niet bekleed), bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten koolstof, met een grootste afmeting der dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, ingedeeld onder de GN-codes ex 7217 10 90, ex 7217 20 90, ex 7312 10 61, ex 7312 10 65 en ex 7312 10 69 (Taric-codes 7217109010, 7217209010, 7312106111, 7312106191, 7312106511, 7312106591, 7312106911 en 7312106991), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het antidumpingrecht, dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, voor de in lid 1 omschreven producten die door onderstaande ondernemingen zijn geproduceerd, is als volgt:

Onderneming

Recht

Aanvullende Taric-codes

Kiswire Qingdao Ltd, Qingdao

2,1 %

A899

Liaoning Tongda Building Material Industry Co. Ltd, Liaoyang

23,7 %

A900

Wuxi Jinyang Metal Products Co. Ltd, Wuxi

30,8 %

A901

Alle andere ondernemingen

52,2 %

A999

3.   Bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de in lid 1 genoemde producten moet een zekerheid worden gesteld ten bedrage van het voorlopige recht.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Onverminderd artikel 20 van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening verzoeken in kennis te worden gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld, schriftelijk opmerkingen maken en vragen door de Commissie te worden gehoord.

Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen de betrokken partijen binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening opmerkingen maken over de toepassing van deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 van deze verordening is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 november 2008.

Voor de Commissie

Catherine ASHTON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2)  PB C 43 van 16.2.2008, blz. 9.


  翻译: